- Botanisch
- Apium graveolens, schermbloemenfamilie
- Gebruikt deel
- bleekselder, snijselder, knolselder en het zaad
- Herkomst
- Middellandse Zeegebied en West-Azie; selderiezaad vooral uit India en Frankrijk
- Smaak
- zout-groen, aards, bitterig, met een onmiskenbaar bouillonkarakter
- Moment
- vroeg; zowel knol als zaad zijn hittebestendig
- Vorm
- zaad heel of als selderiezout; snijselderblad vers
Selderie zit in vrijwel elke bouillon in de Lage Landen. In de hutsepot, in de soep, in het stoofvlees en in de mirepoix met wortel en ui. De soortnaam graveolens betekent letterlijk sterk ruikend.
Er zijn drie groentevormen: bleekselder om de stelen, snijselder of groenselder om het blad, en knolselder om de verdikte knol. Daarnaast bestaat het zaad als specerij, dat veel intenser is dan de groente en licht bitter.
Selderiezaad wordt al sinds de Romeinse tijd meegekookt. Gemalen wordt het snel dominant bitter, dus weinig gebruiken.
Klassieke combinaties
- selder met wortel en ui als mirepoix
- selder met lavas, laurier en peterselie in bouillonkruiden
- selderiezaad met mosterdzaad en dille in inmaak
Goed om te weten
Het bouillonachtige aroma komt van phtaliden, dezelfde stofgroep die lavas zijn karakter geeft. Dat verklaart waarom die twee zo op elkaar lijken.
Los verkrijgbaar
Selderie staat bij NaturalSpices.be onder https://www.naturalspices.be/kruiden-specerijen/kruidengids-op-naam/selderie.