Vijfendertig woorden die bij kruiden en specerijen langskomen, kort uitgelegd. De lijst staat op alfabet.
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Anethol | De aromastof die anijs, venkel en steranijs hun dropachtige smaak geeft. |
| Aromaat | Verse smaakmaker als basis van een gerecht, zoals ui, knoflook, sereh of laos. |
| Baharat | Arabisch woord voor specerijen, en de naam van een mengsel met kruidnagel, peper, piment en kaneel. |
| Bouquet garni | Bundeltje van tijm, laurier en peterselie dat meekookt en er in een keer weer uit gaat. |
| Bumbu | Indonesische kruidenpasta van verse aromaten, gestampt of gemalen. |
| Carvacrol | De stof die oregano zijn scherpte geeft; zit ook in tijm en majoraan. |
| Carvon | Het hoofdaroma van karwij en dille, en de reden dat die twee op elkaar lijken. |
| Cassia | De dikke, forse kaneelsoort uit China, Vietnam en Indonesie. |
| Ceylonkaneel | De zachte, bloemige kaneel uit Sri Lanka, opgerold in dunne laagjes. |
| Cinnamaldehyde | De hoofdstof in kaneelbast, goed voor ongeveer negentig procent van de olie. |
| Citral | De aromastof die sereh zijn citroensmaak geeft, zonder zuur. |
| Cumaringehalte | Het gehalte aan cumarine, dat in cassia hoger ligt dan in Ceylonkaneel. |
| Cuminaldehyde | Het hoofdaroma van komijn. |
| Curcumine | De gele kleurstof in kurkuma, ongeveer drie procent van het poeder. |
| Etherische olie | Het vluchtige oliemengsel dat de geur en smaak van een kruid draagt. |
| Eugenol | De hoofdstof in kruidnagel, ook aanwezig in piment en in basilicum. |
| Fines herbes | Frans viertal van peterselie, bieslook, dragon en kervel, altijd vers en op het laatst. |
| Foelie | De rode zaadmantel rond de nootmuskaatnoot, een aparte specerij. |
| Garam masala | Indiaas mengsel van geroosterde warme specerijen, toegevoegd op het einde. |
| Gemalen | Tot poeder verwerkt, waardoor het aroma sneller verdwijnt dan bij hele specerijen. |
| Gingerol | De scherpe stof in verse gember, die bij drogen omzet naar zingeron. |
| Kruidenmengsel | Vaste combinatie van kruiden of specerijen, van za'atar tot cajun. |
| Linalool | De stof die korianderzaad zijn citrusachtige, zachte smaak geeft. |
| Masala | Indiaas woord voor een kruidenmengsel, per gerecht samengesteld. |
| Myrosinase | Het enzym dat mosterdzaad scherp maakt zodra de cel beschadigd wordt. |
| Panch phoron | Bengaals vijfzaadmengsel van fenegriek, nigella, mosterdzaad, venkel en komijn. |
| Persillade | Franse combinatie van fijngehakte peterselie en knoflook. |
| Phtaliden | De stofgroep achter de bouillonsmaak van selderie en lavas. |
| Piperine | De scherpe stof in zwarte peper, veel milder dan capsaicine uit chili. |
| Rizoom | Ondergrondse stengel, zoals bij gember, kurkuma en laos. Geen wortel. |
| Sotolon | De stof in fenegriek die naar ahornsiroop ruikt en de kerriegeur draagt. |
| Tadka | Zuid-Indische techniek waarbij hele specerijen in heet vet worden gepoft. |
| Thymol | De stof die tijm zijn karakter geeft, ook aanwezig in oregano. |
| Vluchtig | Aroma dat bij verhitting snel verdwijnt, zoals bij basilicum en dragon. |
| Za'atar | Levantijns mengsel van kruid, sesam, sumak en zout, en tevens de naam van de plant. |