Artikel

De vaste kruiden van de Vlaamse keuken

Laurier, tijm, kruidnagel, peterselie en nootmuskaat dragen het grootste deel.

30 juni 2026

De klassieke Vlaamse keuken werkt met een kleine, vaste kruidenkast. Vijf smaken dragen het grootste deel van de gerechten die iedereen kent.

Laurier en tijm zitten samen in stoverij, in hutsepot en in waterzooi. Beide zijn stevig genoeg om urenlang mee te koken, en beide geven pas na langere tijd af wat ze te bieden hebben.

Kruidnagel komt binnen via de ui. Een ui besteken met twee of drie kruidnagels en die in de bouillon of het stoofvocht laten meetrekken is een van de oudste technieken die er zijn, en nog altijd de eenvoudigste manier om kruidnagel gedoseerd te gebruiken.

Peterselie hoort bij mosselen met frieten, bij paling in het groen en in kruidenboter, altijd vers en altijd op het einde. Nootmuskaat hoort bij bechamel, bij witloof in hesp met kaassaus en bij puree, vers geraspt van het vuur af.

Wie daarnaast selderie, lavas en peper in huis heeft, kan het grootste deel van de klassieke gerechten op smaak brengen. De rest van de kruidenkast is uitbreiding, geen basis.